ICOON


Byzantijnse icoon van Teresa van Andes

© Carmel de la Theotokos, Harissa (Libanon)

Deze icoon is geschilderd door de zusters karmelietessen van het Carmel van Harissa (Libanon) die een iconenatelier hebben en al iconen hebben geschilderd van verschillende heiligen van de Carmel. Hier de opmerkingen die ze over dit icoon hebben geschreven:

Het icoon van de kleine Therese van Jezus van Andes wil het geheim van haar heiligheid openbaren die in de kerk straalde al vanaf het moment dat ze de drempel van de hemel binnentrad. In het centrum onthullen de engelen: een intense vereniging in liefde met haar gekruisigde en verrezen Jezus, als een zegel op haar ziel gedrukt uitgedrukt door het witte doek dat ze in haar handen houdt. Het icoon van de Heer dat erop geschilderd is reproduceert Zijn kenmerken en de wond van Zijn zijde van het icoon “Raak me niet aan” die Zijn verschijning aan Maria Magdalena (deze ”liefdesgek”) na Zijn Verrijzenis vertegenwoordigt. Zelf ook liefdesgek geworden, volgens haar uitdrukking: “Deze Liefdesgek heeft me gek gemaakt”, deze kleine Karmelietes uit Chili, als een dorstige hinde (uitgedrukt aan de onderkant van de icoon) niets anders wil dan branden van liefde voor haar God die haar overigens opneemt zelfs voordat ze twintig jaar oud is. Inderdaad, want als haar dorst zo brandend is, Gods dorst voor haar ziel is nog veel sterker.

Vanuit de binnenste kelder (links op het icoon) waar Jezus Hostie verborgen is – Centrum van haar leven – stroomt dus een stroom van liefde die haar stroom ontmoet en die zich ermee verenigt. Vanuit deze vereniging vloeit apostolische vruchtbaarheid voor de Kerk, object van haar vurig gebed zelfs vóór haar intreden in de Carmel: “Het is een honger, een onverzadigbare dorst die ik voel opdat de zielen God zoeken.” In het Carmel van Andes zal ze zichzelf voor deze zielen offeren. Dit wordt uitgedrukt door de berg waar de kelder zich in bevindt. Daar, in het mysterie van de Eucharistie, daar vindt ze haar Welbeminde: “Zoek Jezus in de Eucharistie, zei ze, en je leeft van Hem zoals de Heilige Maagd Maria in Nazareth.”, dat wat ze tijdens de elf maanden van haar korte leven in de Carmel deed.

Deze vereniging van haar ziel met de ziel van Maria haar Moeder wordt weerspiegeld op de icoon niet alleen door het Habijt van de Carmel dat ze draagt en de witte mantel die ze draagt en heel erg in reliëf is, maar ook door de witheid van de sneeuw die het Andesgebergte bedekt links van haar. Deze sneeuw die nooit van deze bergketen verdwijnt symboliseert goed de witheid van de ziel van deze kleine heilige van Andes die zei: “Mijn spiegel moet Maria zijn. Omdat ik haar dochter ben, moet ik op haar lijken. Zo zal ik dan ook op Jezus lijken”.

Het is dus in de Orde van de Heilige Maagd dat ze zich geheel stortte in het Mysterie van de Verlossing waarover Onze Heer haar had gesproken kort voordat ze in de Carmel intrad terwijl ze slechts zeventien jaar oud was: “Hij zei dat Hij me had gekozen als slachtoffer, dat ik samen met Hem de Calvarieberg zou bestijgen, dat we samen de overwinning van de zielen zouden ondernemen” (Van haar dagboek van 16 november 1917). Inderdaad, voor haar leeft een Karmelietes slechts om : “te bidden voor de zondaars… zich te offeren zonder ooit de vruchten van haar gebed en haar offers te zien, zich met God te verenigen zodat in haar het bloed van de Redder stroomt en om dit aan de Kerk en haar leden te communiceren zodat ze geheiligd worden”.

De glans die van haar gezicht uitgaat, de rust en de vrede die daaruit voorkomen, haar hand geopend in vertrouwend gebed drukken het lied van haar hard goed uit: “God is oneindige vreugde”. In deze zuivere en rustige vreugde lijkt ze boven alles wat er gebeurt uit te zweven en in heerlijkheid te baden (gesymboliseerd door het goud) waar haar naam voor eeuwig geschreven staat. “In de hemel… hoe klein in onze ogen zal alles van dit vergankelijke leven wel niet lijken !” Dit vergankelijke leven, dat aan haar linkerkant wordt weergegeven, lijkt met haar meegenomen te worden en omgevormd door Gods liefde die zich haastig uitstort in de ziel van degene die zich geheel aan Hem geeft.

Voortaan, in de ziel van de kleine heilige van Andes, ontmoeten zich de dorst naar Gods liefde en de dorst naar het schepsel om zich te lessen in haar die, nu geheel verenigd met haar Jezus, God kan geven aan de zielen en de zielen aan God.


 Print deze bladzijde